De Drentsche Patrijshond

De Drentsche Patrijshond (Drent)

Als u belangstelling heeft voor een Drentsche Patrijshond, en gevallen bent voor zijn uiterlijk (en zeker dat van pups) is het goed om een paar zaken in de gaten te houden bij de keuze van een hondenras. Iedereen wil immers teleurstellingen voorkomen.

Als je de omschrijvingen in rasboeken, sites, pagina’s van rasverenigingen etc. zou moeten geloven, dan zijn alle honden ideaal bijna onder alle omstandigheden.

Daar moet je dus niet intrappen. Je moet leren te lezen tussen de regels door van die omschrijvingen en de nuances zijn daarbij het belangrijkste.

Bij de beantwoording van de vraag “past een Drent bij mij / ons” is het goed om de achtergrond van het ras te begrijpen, en de raseigenschappen eens te vertalen naar alledaagse zaken.

Je kent vast die “Romantische Omschrijving”: De Drentsche Patrijshond werd gefokt door de Drentse boeren, ging mee op jacht als de boer thuis kwam, bewaakte erf en kinderen etc. etc. Dat heb je vast allemaal al via Google kunnen lezen.

Maar nu, wat betekent dat echt voor het ras en het complexe karakter van een Drentsche Patrijshond:

  • Voorstaande jachthond, betekent dat zodra de Drent buiten is (dus in zijn idee, “mee mag op jacht”), de knop om gaat.
    • Dan gaat de neus in hoogste versnelling om wild op te sporen. Vooral vanuit het zelfstandige karakter. Zelfstandig klinkt positief, maar er is slechts een heel dunne scheidslijn met eigenwijs.
    • Dit gedrag moet je naar onze mening positief kunnen sturen. De hond moet weten wanneer hij echt achter de geur van het wild aan mag (gestuurd wordt) en wanneer niet. Een Drent laat zien wanneer hij “verwaaïng” (lucht van wild) krijgt, en kijkt daarbij meestal om naar de baas van “mag ik” . Dit moet je leren zien en de “hond kunnen lezen”
    • Als je die redenatie volgt, kom je bijna vanzelf terecht bij een “puppytraining die overgaat in jachttraining” . (Nog beter is het om een jachtgerichte puppy training te beginnen) Want wat is er mooier dan een pup van 10 weken te zien, die iets mag doen (werken wat ie graag wil) en daarvoor beloond wordt.
    • Dit zelfde principe van band opbouwen met de hond geldt voor iedere training, maar is wel makkelijker met taken, die de Drent zelf al wil doen en waarbij de training een kwestie van begeleiden is in plaats van “moeten”.
      Het moeten hoort dan in het goed en netjes uitvoeren van de opdracht.
    • Als de Drent het niet kan, is het vaak een kwestie dat ie niet snapt wat de bedoeling is. Dat ligt bijna altijd aan de baas. Dus rustig opnieuw uitleggen en weer vanaf de basis werken. Harde druk is niet nodig daarbij, maar wel optreden als er een loopje wordt genomen met de baas.
  • Jachthond – Buitenhond. De typische Drent heeft veel energie. Moest ie ook hebben voor de veelzijdigheid aan taken die ik hier beschrijf. Die energie moet ie dus kwijt kunnen, anders gaat ie zich vervelen (en misschien dingen slopen). Die energie kwijtraken kan door:
    • Lange wandeling waarbij goed gesnuffeld kan worden.
    • Laten werken, met zoeken, spelletjes en alles “waar je de kop bij moet houden”, en dus geestelijk moe wordt.
  • Erfhond – Gezinshond, betekent vrij rondlopen in en rond het huis, dus niet de hele tijd “opgesloten” in een kennel. Vanuit zijn aangeboren nieuwsgierigheid (goede jachteigenschap) wil ie overal bij zijn en is oplettend als er vreemden aankomen (waaksheid).
    • Die nieuwsgierigheid is gezellig, “where is the action?”. Maar betekent ook dat jouw Drent je overal volgt. Een Drent is mensgericht, wil er altijd bij zijn. Als een van ons opstaat, komen Sophy en Jytka uit de mand en gaan in principe met ons mee, tenzij ik ze laat blijven (maar ze willen liever niet alleen zijn)
    • Dat erbij zijn is fraai om te zien. Onze eerste Drent staat op de meeste foto’s van de kinderen / verjaardagen / partijtjes. “Hij was er toevallig” . Maar betekent ook dat ze aardig in de weg kunnen lopen.
  • Gezinshond – kindervriend. Van oorsprong was de Drent dus de hele dag rondom het gezin en lette ook een beetje op de kleintjes. Kinderen geven honden veel aandacht, en dat is fijn. Je merkt dat een Drent graag kinderen om zich heen heeft. Maar kleintjes weten niet vaak de grens van wat wel / niet kan, daar moeten we de hond dus “beschermen”. Dat betekent dat de hond ook rust moet krijgen. De mand is zijn plek en daar moet ie ongestoord in kunnen slapen.
  • Erfhond – Waakhond, betekent aanslaan als er iemand komt. Daar zijn ze van oudsher op gefokt. Een goede eigenschap als je buiten woont. Maar vertel een hond die zo is nu maar eens het verschil tussen iemand die aankomt (dan moet je aanslaan) en daarna doorloopt en iemand die aankomt (weer moet je aanslaan) en echt naar binnen wil, want zoiets zie je als hond pas op het laatste moment.

Kortom; past een Drent bij jou ? laten we dat eens goed doorpraten, want je haalt een slimme zelfstandige hond in huis, die door zijn genetisch verleden probeert zijn eigen leven naar zijn “poot” te zetten.

Niet voor niets zegt men:
“Geef een Drent een vinger, dan neemt ie je hand, je arm en gaat vervolgens op jouw hoofd dansen”

Een andere goede beschrijving van de Drent vindt u op LICG, Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren.